Belonen en straffen loslaten. Ja! Maar hoe?!

gedragsregulering

Het loslaten van belonen en straffen draagt bij aan het welzijn van het jonge kind. Maar hoe doe je dat in de praktijk van kinderopvang en basisschool?

We zijn helemaal voor respectvol en gelijkwaardig omgaan met kinderen, maar het lukt niet altijd volgens het boekje. Soms moeten kinderen even apart staan (gestraft worden).”

Veel managers in kinderopvang en basisonderwijs geven aan dat het loslaten van belonen en straffen helemaal past bij hun pedagogische visie; het draagt bij aan het welzijn en geluk van jonge kinderen. Ook krijgen de kinderen op deze manier de mogelijkheid om kwaliteiten te ontwikkelen (zoals kritisch denken, creativiteit, probleemoplossend vermogen en verbeelding ) die nodig zijn in de samenleving van nu en morgen. Maar waarom lukt het dan niet om dit altijd in de praktijk toe te passen?

Het zit in ons DNA.
We zijn er zelf mee opgegroeid en het is lange tijd vanuit wetenschappelijk oogpunt de enige manier van effectief opvoeden geweest. Ondanks dat er nu steeds meer tegenbewijs komt, blijft gedragsmatig opvoeden een automatisme. We denken er eigenlijk nauwelijks over na. Herken jij dit als beroepsopvoeder ook?

Je zet me wel aan het denken….. ik bedenk me nu opeens dat we vaker complimenteren met als doel dat het gedrag van onze kinderen positief veranderd, dan dat we het oprecht waarderen en menen.”

De allereerste stap die we moeten maken om straffen en belonen los te laten zit in onze gedachten en overtuigingen. Denk maar eens na over de reden, waarom gebruik je belonen en straffen als middel om op te voeden? Als je de opvoedmethode van straffen en belonen wil loslaten is het nodig om een ander gedachtegoed te omarmen. Je hebt een andere kijk nodig op kinderen, hoe ze zich ontwikkelen en wat ze nodig hebben van de omringende volwassenen.

Wij gaan uit van het volgende:

  • kinderen gedragen zich niet expres ‘vervelend’ (bv om jou te pesten) maar het gedrag is een signaal van een onderliggende oorzaak
  • kinderen willen graag geliefd worden, gezien worden, zich veilig voelen, ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en autonoom te zijn.
  • Kinderen hebben een interne drive (intrinsieke motivatie) om te groeien en ontwikkelen.
  • Elk kind is uniek en ontwikkeld zich op zijn eigen manier en op zijn eigen tempo.

Dit vergt voor ons pedagogisch handelen een compassievolle blik naar kinderen en het luisteren en serieus nemen van je eigen grenzen. Er is een basishouding nodig waarin we continu voorleven en voordoen (lees onze vorige blog), vanuit eigen controle. Zo ontstaat er meer ruimte om creatief en effectief pedagogisch te handelen.

Deze basishouding neerzetten in een groep kinderen vergt nogal wat, we hebben in onze pedagogische rugzak namelijk nauwelijks alternatieven voor consequenties (of beloningen). In één op één contact hebben we de tijd wel om te blijven communiceren. Maar hoe doe je dat in een hele groep?

In onze volgende blog gaan we antwoord geven op deze vraag. We zien zoveel mogelijkheden om de kracht van de groep te benutten!

Het goede voorbeeld geven in kinderopvang

Het goede voorbeeld geven in de kinderopvang draagt bij aan een respectvolle samenleving. Hoe werkt dat?

Sam (2 jaar), zeg maar even sorry tegen Iris, want slaan doet pijn”

Uit automatisme heb ik bovenstaande reactie vaak gegeven. Herken jij dit ook bij jezelf of je collega’s? Echter, een jong kind verplicht excuses te laten aanbieden, in welke vorm dan ook, draagt niet bij het aan het eigen maken hiervan. Kinderen menen de opgelegde manier ook zelden. Logisch ook, want kinderen rond de twee jaar begrijpen nog niet wat het aanbieden van excuses betekent. De vraag is dan ook wat ze hier van leren? Daarbij schiet het kind dat geslagen wordt er waarschijnlijk ook niet veel mee op, want die zit niet te wachten op een onoprechte verontschuldiging.

Ik heb ervaren en gezien dat het werkt om op pedagogisch gebied gebruik te maken van de natuurlijke vaardigheid tot verbeelding. Kinderen kunnen van nature zich namelijk dingen goed inbeelden en leven al heel vroeg met anderen mee. Daarbij weten we allemaal dat kinderen leren door het goede voor-beeld.  Beelden zeggen niet voor niets 1000x meer dan woorden. Als we willen dat kinderen met respect met elkaar omgaan, dan is (samen met het kind) iets bedenken om het goed te maken, een goed alternatief.  Ik ben benieuwd of jij dat wel eens hebt toegepast en wat het effect hierop was.

Kom Remco (3 jaar), we gaan samen een koud doekje halen voor Joep, want dat helpt bij zijn zere plek”

Voorleven en verwoorden van wat je doet is ook een goede manier. Uit automatisme zeggen we vaak zelf al sorry, voor het gedrag van kinderen. Omdat we dit oprecht zielig vinden. Dan horen en zien kinderen wat jij doet en krijgen ze dan kans om dit eigen te maken. Kinderen kunnen op deze manier zich voorstellen hoe het is om ruzie te maken en het weer goed te maken. Zo dragen we in het klein bij aan het bevorderen van respect en werken we aan een mooiere samenleving van morgen.

De komende maanden blog ik vaker over verbeelding en hoe dit bijdraagt aan een respect en waardering in de samenleving van morgen. Dit is het thema van het week van het jonge kind. Heb jij gerichte vragen hierover en/of zin in een inspirerende avond over de pedagogische kracht van verbeelding? Kom dan naar het  opvoed event  op 12 april in Utrecht.  Vragen kun je natuurlijk  ook gewoon achterlaten onder aan deze blog, dan geef ik uiteraard meteen antwoord.

 

Kinderopvang; de plek om kinderen thuis gezond te leren eten.

We hebben ons aanbod in voeding 1,5 jaar geleden veranderd, door water te geven en meer groenten aan te bieden. We horen van ouders dan kinderen thuis veel gezonder eten”, aldus directie van een kleinschalige kinderopvang.

Dit is een mooi praktijk voorbeeld over de impact die kinderdagopvang heeft op de eet ontwikkeling van kinderen! Dat roept de vraag op; hoe komt het dat de kinderen, bij een gezond aanbod op de opvang, thuis opeens gezonder gaan eten? Het antwoord hierop is; het effect van imitatie en intrinsieke motivatie, ook wel de innerlijke wil genoemd (zie eerdere blog). Maria Montessori haar meest bekende quote onderschrijft dit ook; “leer het mij zelf te doen”.

Een veel voorkomende valkuil bij het aanleren van gezonde eetgewoontes is om kinderen niet helemaal zelf te laten ontdekken wat ze willen eten. Bijvoorbeeld door te zeggen; ‘Als je je komkommer eet, dan mag je zometeen lekker sap drinken. Of je moet eerst iets hartigs eten op je boterham, dan mag je iets zoets.’ Op deze manier wordt het kind niet uitgedaagd om zelf na te denken en te beslissen over wat de juiste keuze is. Het kind wordt namelijk gewezen op een beloning. Zo leren kinderen het niet zelf te doen, vanuit hun innerlijke drive, oftewel de intrinsieke motivatie. (link vorige blog) Ze worden gemotiveerd van buiten af en dit verdoofd het effect van de innerlijke wil tot ontwikkelen en nieuwe dingen aanleren. Met als gevolg dat kinderen (zeker met een hele sterke wil) met hun kont tegen de krib gaan; “Ik wil geen komkommer eten!”

Onze tip: “Biedt alleen een gezond aanbod van voedingsmiddelen aan en laat de kinderen helemaal zelf kiezen wat ze willen eten, zonder hier consequenties of beloningen tegen over te stellen.”

Als kinderen van anderen namelijk het goede voorbeeld zien, zoals gezond eten, dan hoeven de pedagogisch medewerkers hen niet te vertellen wat wel of niet gezond eten is. Door het imiteren van leidsters en andere kinderen leren kinderen vanuit hun eigen wil (de intrinsieke motivatie) gezond te eten. Op deze manier leren kinderen het helemaal zelluf te doen.  Kinderen mogen bijvoorbeeld zelf de groenten van de schaal pakken en kiezen uit komkommer, paprika, wortel of tomaat. Voor volwassenen is dit een klein stukje zelfstandigheid, maar voor kinderen een geweldige overwinning.

Dit zorgt voor een groter gevoel van zelfvertrouwen en meer doorzettingvermogen. Op deze manier eten kinderen opeens wel die voedingsmiddelen thuis, die ze anders niet zouden doen. Simpelweg, omdat het ze niet opgelegd wordt, maar dat de motivatie van (nieuw) gezond eten uit hen zelf komt. En zoals we al eerder in een blog schreven, is  intrinsieke motivatie de motor tot nieuwe ontwikkeling, zeker bij kinderen met een hele sterke wil (zie vorige blog).

Kinderopvang hoeft eigenlijk ‘alleen maar’ de stap te nemen om gezonde voeding aan te bieden (waar ook echt verantwoord snoepen en lekkere traktaties onderdeel van zijn).  Als de kracht van imitatie en intrinsieke motivatie ingezet wordt, dan leren kinderen vanuit hun eigen innerlijke drive om gezond te eten. Wat effect heeft op het gedrag van kinderen, zoals omschreven in onze vorige blog.

We horen graag terug of jullie in de volgende blog meer willen weten over wat nou gezonde voedingskeuzes zijn in de kinderopvang of dat jullie nieuwsgierig zijn naar hoe voeding bij kan dragen in de pedagogische kwaliteit. Onze volgende blog gaat over het onderwerp met de meeste stemmen.

 

Positief effect van voeding op gedrag

Kinderen op de kinderopvang proberen sneller nieuwe gezonde voedingsmiddelen uit dan thuis! Dit is een belangrijk onderwerp want het blijkt dat steeds meer kinderen kampen met overgewicht. De kinderopvang heeft een positief effect op het voedingspatroon van kinderen.
Dit heeft alles te maken met; zien eten doet eten. Kinderen die thuis vertikken om paprika te proeven doen dit op de opvang wel, omdat de kinderen om hem heen het wel eten. De kinderen imiteren elkaar en volwassenen maar al te graag op deze leeftijd. Er schuilt een grote kracht in het imiteren die je in de opvoeding en voeding kan benutten.

Onze eerste tip: wees zelf het goede voorbeeld, want zien eten doet eten. Eet je mee met de kinderen op de groep? Drink jij ook water? Neem je gezonde tussendoortjes? Het is eigenlijk heel simpel, je moet je er alleen bewust van zijn.

Naast het positieve effect van gezonde voeding op de gezondheid van de kinderen heeft voeding ook een groot effect op gedrag. Hier staan we echt te weinig bij stil, wat we enorm zonde vinden!

Neem bijvoorbeeld een kind op de groep in gedachten met een hele sterke eigen wil.  Hij of zij is erg lastig in zijn gedrag en zijn gedrag verstoort de groep. We zijn dan geneigd om op het gedrag te focussen en zoeken hier dan oplossingen in. Maar het gedrag komt vaak voort uit niet-vervulde basisbehoeften. Een belangrijk, vaak vergeten basisbehoefte is; de lichamelijke behoefte.  Wordt jij bijvoorbeeld ook niet chagrijnig als je niet op tijd hebt gegeten? Of wordt je geirriteerd en futloos als je net te veel hebt gegeten? We kunnen vaak het explosieve gedrag en de heftige emoties voorkomen, als we voorzien in de lichamelijke behoeften van een kind, zoals het aanbieden van passende voeding.

Het is belangrijk om jezelf af te vragen of je voldoet aan deze lichamelijke basisbehoefte. De vragen die je jezelf kunt stellen zijn;

  • Drinken de kinderen op de groep voldoende water (en thee of aanmaaklimonade is geen water)
  • Eten de kinderen op de groep genoeg fruit en/of groenten? Zo niet, wat kan ik dan doen om dit wel aan te bieden?
  • Eten de kinderen op de groep niet te veel suikers? (dit zit bijvoorbeeld in grote hoeveelheden in ontbijtkoek)

Daarnaast is het waardevol om naar de specifieke basisbehoeften van kinderen met een sterke eigen wil te kijken. Zij hebben namelijk de grote behoefte om met regelmaat te eten en zoveel mogelijk suikervrij. Eten zij niet met regelmaat en/of te veel suikers, dan schommelt hun suikerspiegel enorm en dan kunnen ze flink gaan pieken en dalen in hun (heftige) gedrag. Wil je dus heftige emoties voorkomen en flow behouden op de groep, dan kun je de kinderen met een hele sterke wil regelmatiger eten aanbieden.

We vinden het leuk om terug te horen wat onze tips jou  hebben opgeleverd. Als je nog meer wilt weten over hoe je imitatie nog sterker in kunt zetten bij het voeden en opvoeden. Hou dan onze volgende blogs in de gaten!

In beweging door intrinsieke motivatie

Zoals we in de vorige blog schreven, komen kinderen met een sterke eigen wil pas in beweging als ze intrinsiek gemotiveerd zijn.

Maar wat nou als deze beweging de hele andere kant uit gaat, dan de beweging die jij als leidster op de groep wil maken?

Neem bijvoorbeeld de volgende werksituatie op een kinderdagverblijf in gedachte;

Alle kinderen moeten naar binnen om te gaan lunchen, maar een van de kinderen ‘Stefan’ wil zoals gewoonlijk echt niet naar binnen. Hij blijft het liefste in de zandbak spelen met zijn steentjes. Er is al een aantal dagen van alles geprobeerd; uitleg dat eten binnen belangrijk voor hem is, voorstructureren door 5 minuten van te voren aan te kondigen, een keuze geven; met de leidster naar binnen lopen, of zelf? Er is hem een beloning voorgehouden, want als hij dan zelf naar binnen ging, mocht hij naast de leidster zitten (wat hij altijd geweldig vindt). Maar niets hielp. Vaak wordt hij dan toch (chagrijnig of huilend) aan de hand mee naar binnen genomen.
Stefan is op dat moment niet intrinsiek gemotiveerd om naar binnen te gaan. Er ontstaat een probleem omdat het wel moet. De vraag is, hoe kunnen we de intrinsieke motivatie inzetten om hem uit zichzelf de juiste kant op te laten bewegen.

Stefan is feitelijk gezien intrinsiek gemotiveerd om met steentjes in de zandbak te spelen en deze in zijn emmer te doen. Maar wat is hij dan precies aan het doen? Is hij aan het sorteren, aan het ordenen, dingen aan het bijvullen of het oefenen van grootte en hoeveelheid? Als wij hem extrinsiek proberen te motiveren, door bijvoorbeeld een beloning voor te houden, of een tijdsbestek aan te geven, dan halen we hem uit zijn flow van ontwikkelen. Wat resulteert in strijd wat veel tijd en energie kost. We stoppen liever de energie in het behouden van die flow en het benutten van zijn intrinsieke motivatie.

Wat nou als we voorafgaand aan het buitenspelen, Stefan al laten mee helpen met de spullen voor het eten klaar te zetten. Dat hij mag kijken hoe vol de verpakkingen zitten, en of er nog nieuwe dingen gehaald moeten worden. En hij na het buitenspelen de etenswaren zo op tafel mag zetten, zodat iedereen erbij kan. Wat zou er dan gebeuren, als we naar binnen gaan? We bewegen mee met de intrinsieke motivatie van Stefan en gaat hij tegelijkertijd mee met de eisen die er aan hem gesteld worden. Zo hebben Stefan, de leidsters en de groep er ook geen last van en zit een ieder in de flow.