Omdat ik het zeg!

De traditionele manier van gezag, waarbij er vanuit gegaan wordt dat de ander doet wat je zegt en dat je daar controle over hebt is in deze tijd bijna niet meer uit te voeren. Vooral als je andere doelen voor ogen hebt die meer waarde hechten aan persoonlijke ontwikkeling.

Kinderen zijn geen machines: ik stop er ….. in om .… ..er uit te krijgen, waar is de eigenheid van het kind?

Ik heb alleen controle over mijn eigen gedrag en niet over het gedrag van een ander. Dit is een belangrijk bewustzijn waarvan ik denk dat we als (beroeps)opvoeders stappen in kunnen maken. Dit is een basis gedachte wat veel zelfinzicht en zelfcontrole vergt. Doordat ik me voor mijn werk hier mee bezig houd en zie dat binnen onderwijs en jeugdzorg veel groeimogelijkheden zijn op dit gebied heb ik mezelf uitgedaagd om dit ook in mijn privé situatie toe te passen. Live what you preech!

Naar aanleiding van een leuke lezing van Alfie Kohn, die de nieuwe vorm van gezag; je hebt alleen controle op jezelf en niet over het kind, wat mij betreft dit volledig toepast in zijn theorie, ben ik nog meer uitgedaagd om dit in mijn dagelijks leven toe te passen. Ik stelde mezelf de vraag; wat wens ik voor mijn kind en wat draagt mijn handelen daar aan bij, of juist niet aan bij? Hierdoor richtte ik me meer op mijn verwachting en houding in plaats van op het gedrag en het resultaat.

Wat ik heel erg miste tijdens de lezing waren de praktische uitvoering van zijn theorie dus ging ik zelf op onderzoek uit. Als eerste vond ik dat ik mijn kind moet zien als een persoon die kan denken, voelen, willen etc. En dat ik zelf ook een persoon ben met eigen gedachten, eigen wil, gevoelens, etc. Dit botst weleens met elkaar want ik wil wel eens wat anders dan mijn dochter. Hoe komen we er dan uit?

Kinderen willen regisseur van eigen bestaan worden, we begonnen dit al goed te merken toen mijn dochter één jaar oud. Ze ging structureel juist de andere kant op, ze was nog niet klaar met spelen in het keukentje van de supermarkt en ik wel met de boodschappen waardoor ze stevig het pannetje vast had en deed alsof ze mij niet hoorde. De ontwikkeling van haar eigen ik vond ik erg leuk, maar vaak ook lastig omdat het mijn planning door de war gooide. Ik ging me afvragen of ik wel de rol van opvoeder goed invulde, want bepaal je als opvoeder niet wat er gebeurt? Doe ik er wel goed aan om dan nog samen met haar te spelen of moet ik haar juist optillen en kordaat de supermarkt uitlopen met een gillend kind onder mijn arm? Mijn hoofd raakte overvol van alle vragen, waarmee ik mezelf kwelde.

Door de vraag van Alfie Kohn; wat wens ik voor mijn dochter, kon ik stoppen met mezelf vaak de vraag stellen of ik het wel goed deed. Mijn handelen paste ik aan op de behoefte en grenzen van ons beide. Ik wens voor mijn dochter dat ze haar eigenheid kan behouden, haar sterke wil later kan benutten en natuurlijk dat ze gezond en gelukkig door het leven mag gaan.
Ik heb Alfie Kohn voor mezelf praktisch gemaakt; ik creëer grenzen wanneer het om veiligheid gaat en wanneer het om mijn persoonlijke grens gaat. Ik sta stil bij de behoefte van mijn kind, bekijk het ook vanuit haar perspectief. Als ze gedrag laat zien wat over mijn persoonlijke grens gaat zoals een ander kind slaan, dan leg ik de focus niet op het gedrag mijn dochter door te belonen of straffen maar op het geslagen kind. Wat ik haar namelijk wil meegeven is dat ze ziet wat het effect is op de ander. Uiteindelijk wens ik voor mijn dochter dat ze vanuit zichzelf de keuze maakt om niet te slaan omdat ze dan een ander pijn doet.

In plaats van; omdat ik het zeg!!! zie ik mezelf als een volwassene met persoonlijke grenzen, met een voorbeeld functie en onvoorwaardelijke liefde voor mijn kind. Ik zie opvoeden als leven vanuit gezamenlijke belang, wat betekent dat ik opvoed met mijn eigen persoonlijke grenzen en behoefte en oog heb voor de behoefte en grenzen van mijn kind.