Goed gedaan!?

Laatst vroeg ik mijn zoontje van 15 maanden waar mijn sokken lagen. Ik zei dat eigenlijk terloops, hardop tegen mezelf. Echter hij ging op zoek en bracht ze terug vanuit een andere kamer. Ik had eigenlijk niet verwacht dat hij mijn boodschap zou begrijpen en er ook daadwerkelijk iets mee zou doen. Ik was trots op mijn zoontje en maakte dat duidelijk naar hem door te zeggen: “Goed gedaan, wat is mama trost op jou!” Na die opmerking merkte ik eigenlijk hoe vaak ik en zijn papa bijvoorbeeld zeggen; Wat goed van je, wat zijn we trots op je, knap gedaan etc….Na deze constatering kwam er een interessant gesprek opgang. Want waarom zeiden we dit en wat heeft het eigenlijk voor zin?

Al lange tijd is het bekend dat straffen op lange termijn geen positief effect heeft op kinderen. Is belonen van gedrag niet de andere kant van dezelfde medaille? Als straffen geen zin heeft, dan heeft al dat belonen toch ook geen zin. Of vloek ik dan in de kerk?

Als ouders merken we dat we vaak oppervlakkig het gedrag van mijn zoontje prijzen. Door algemene opmerkingen te maken. We merken dat we dit vaak niet specifiek doen. Misschien wel met als gevolg dat we ons zoontje helemaal niet echt duidelijk maken wat hij daadwerkelijk ‘goed’ doet.
Daarnaast zit er bij het belonen van gedrag altijd een soort van verwachting achter. Ik geef als moeder dus aan dat ik het prettig vind als mijn zoontje mijn sokken brengt. Daarmee geef ik toch eigenlijk ook aan dat ik het niet fijn vind als hij deze sokken niet brengt? Gaat mijn zoontje dan voortaan mijn sokken brengen, omdat hij het zelf wil, of dat hij aan mijn onbewuste verwachting wil voldoen? En dat wil ik helemaal niet. Ik zou willen dat hij zelf, autonoom, leert nadenken, het zelf leuk vindt om anderen te helpen.

Dus met het continu oppervlakkig belonen van het gedrag van mijn zoontje vergroot ik de kans dat hij afhankelijk wordt van mijn oordeel en complimenten en aan mijn verwachtingen wil voldoen. Door het geven van oppervlakkige complimenten, krijgt mijn zoontje het idee dat het betrekking op hem heeft.
Ik wil echter dat mijn zoontje weet dat ik altijd trots op hem ben. Dat hij zelf leert inschatten wat hij van zijn eigen prestatie vindt en dat dit onafhankelijk is van hem als persoon. Hij is immers goed zoals hij is.

Maar ja, dan komt de vraag; hoe gaan we dit als ouders praktisch doen? De gewoonte om oppervlakkig en veel te belonen is zo lastig om te doorbreken. We zeggen niet dat we nooit meer mogen complimenteren, maar dat we echt goed gaan kijken naar zijn gedrag.
Het gaat om een pedagogische houding, waar het niet gaat om wat ik wil dat mijn zoontje doet. Daar heb ik immers geen controle over. Het is een pedagogische houding die echt gaat om mijn zoontje zelf. Het gaat om een leer en groeiproces, zonder het resultaat voor ogen.
Praktisch gezien willen we als ouders eens even niets zeggen, door er alleen maar te zijn en aandacht te hebben is al voldoende. Of door simpel weg te zeggen wat we zien, bijvoorbeeld: “Jij hebt mama’s sokken gevonden, mama hoefde niet zelf te zoeken.”